Menu

kapel van de Beukenboom

foto van de kapel van de beukenboom
Naast de vier kasteelparken, het Schulensmeer, de Duizendjarige Eik, de vallei van de Zwarte Beek en de Willekensberg tref je in Lummen ook heel wat oude gebouwen aan. Een daarvan is de kapel van de Beukenboom, eigendom van de kerkfabriek. Gelegen op het hoogste punt van Lummen stond het eerste geklasseerde Lummense monument er op het einde van de 20ste eeuw troosteloos bij. In 1971 werden de eerste plannen voor restauratie getekend, maar pas in 1995 startte aannemer Vandekerckhove uit Ingelmunster de werkzaamheden. Het restauratiedossier was daarmee het oudste van de provincie Limburg. De aannemer kreeg zowat 200 werkdagen, maar de restauratie liep niet van een leien dakje. De kapel werd pas plechtig heropend op 29 mei 2003. Opvallend is dat Monumenten en Landschappen verkoos dat de witte kalklaag die in de 19de eeuw werd aangebracht zou verdwijnen. Het hele dak werd vernieuwd en er kwam vloerverwarming, een alarminstallatie, en de ‘kapelschatten’ werden ook gerestaureerd. Het albasten beeldje van Maria met kindje Jezus (1410-1420) en het altaarschilderij ‘Bezoek van Maria aan haar nicht Elisabeth’ van Theodoor van Loon zijn de belangrijkste pronkstukken.

Historiek

Mariabeeldje uit de kapel van de beukenboomHalfweg de 17de eeuw hing er een Mariabeeldje tegen een beukenboom boven op de Willekensberg waar de Lummenaren Onze-Lieve-Vrouw gingen vereren. In de valleien rond deze diestiaanheuvel ontstonden vaak moeraskoortsen, en dat was allicht de reden dat er bij het beeldje vaak gebeden werd. De beuk groeide met de jaren, en in 1640 was het beeldje en het ijzeren hekje helemaal in de boom gegroeid. Omdat er enkel een stukje van het hekje werd teruggevonden vroegen de gelovigen aan pastoor Neven om een ander Mariabeeld in de boom te plaatsen. In de Lummense parochiekerk bevond zich nog een 20 cm hoog Onze-Lieve-Vrouwbeeldje met kind uit 1410-1420 en dat werd op 2 juli 1640 ‘onder grote toeloop van volk’ naar de beukenheuvel overgebracht. Het werd in een holte van de beuk geplaatst en uit het Land van Lummen en omstreken stroomden pelgrims toe. Er vonden wondere genezingen plaats, en daarom besloot Pastoor Neven met de offeranden van de bedevaarders en met de steun van de graaf Ernest van der Mark, de heer van Lummen, om een ‘klijn capelle’ te laten bouwen. Op 2 juli 1641, (Maria-bezoeking) en dus dag-op-dag een jaar na de overbrenging van het albasten beeldje werd de eerste mis opgedragen voor ‘volk dat ontelbaar was’. Theodoor van Loon schilderde het altaardoek met Maria en het bezoek aan haar nicht Elisabeth. Het is dus ook een duidelijke verwijzing naar die 2de juli. De oude beuk werd omgekapt en uit het hout werden Lievevrouwbeeldjes gesneden. Op dezelfde plaats werd een jonge beuk geplant, en volgens hoofdonderwijer Karel Thiels werd de afgestorven boom rond 1906 geveld. Op 22 juni 1642 kreeg Ernest Vandermarck een exemplaar een houten beeldje cadeau. Daarna deed hij nog een ‘gift’ waarmee de pastoor een prachtig misgewaad aankocht.

In 1650 werd de sacristie bijgebouwd, in 1742 het portaal, en in 1744 een kamer (de huidige keuken) voor de kluizenaar die de kapel en haar kunstschatten moest bewaken. In 1778 wordt een tweede kamer opgetrokken (de huidige woonkamer) omdat de kapel een eigen priester kreeg.

Pater Gisbertus, alias pater Jacobs (1750 - 1838), gaf de kapel letterlijk en figuurlijk meer uitstraling. Boven op de kapel liet hij een vergulde koperen zon plaatsen om de link te leggen naar het Latijnse ‘Lumen’ of licht. Ook het chronogram met

‘In aLLen troebeL LeeD en PYn
MarIa kan hIer UW VoorspraaCK zYn’

dat in het portaal prijkt is allicht van zijn hand. In 1826 vertaalde pater Jacobs de Latijnse brieven die pastoor Neven in 1641 en 1642 naar graaf Ernest Vandermarck stuurde.

Op 15 oktober 1905 bezochten 80 of 90 Belgische letterkundigen en kunstenaars de Duizendjarige eik en de kapel van de Beukenboom. Burgemeester en romanschrijver Henri Briers speelde gastheer voor onder andere James Ensor, Theelen van Tongeren (uitgever van Het Belang van Limburg) en aan de zuidzijde werd een herdenkingsceder geplant.

renovatie

Kapel van de beukenboom spreukIn 1930 trokken de leden van de Lummense kerkfabriek ook aan de alarmbel, want het peervormige torentje van de kapel dreigde om te vallen door sleet en storm. Het regende een jaar later op vele plaatsen binnen, en de aannemer werd aangemaand om de werken dringend uit te voeren. In 1931 werden op het dak en torentje nieuwe leien geplaatst voor de som van 20.145 frank. Tijdens de tweede wereldoorlog werd de 300ste verjaardag gevierd van de kapel van de Beukenboom. Jef Pools schreef op 13 juli 1941 een mooi boekje dat geïllustreerd werd met pentekeningen van René Vanvoorden en de uitgave werd gedrukt in de vakschool van de broeders van Sint-Ferdinand. Op 17 augustus 1941 vertrok een processie met liefst 20 groepen naar de kapel. Het gebeuren lokte 10.000 bedevaarders naar Lummen. Tien jaar later, op 12 juli 1951, werd de kapel als monument beschermd en ook de omgeving. Pastoor Cuppens wou een nieuwbouw laten optrekken aan de achterzijde van het gebedshuis, maar in 1972 werd dat geweigerd. Een jaar later worden de eerste plannen voor restauratie getekend. Pas in 1981 werden er dringende werken uitgevoerd aan de fundering en het dak. In 1986 werd de kapel gesloten en in 1992 stortte een deel van het plafond in. In 1995 werd de kostprijs voor het opknappen van de kapel geraamd op 620.000 euro (25 miljoen frank) maar liep op tot ruim 818.000 euro (33 miljoen frank). De Vlaamse gemeenschap verleende 15 miljoen frank subsidie, de provincie Limburg en de gemeente Lummen elk 5 miljoen. Als eigenaar moest de Lummense kerkfabriek de niet-gesubsidieerde werken betalen. De hoge kostprijs had volgens inspecteur van Monumenten en Landschappan Jos Ghijselinck te maken met de grootte van het gebouw en de slechte toestand. In november 1996 was de buitenzijde van de kapel volledig opgeknapt, maar bij het ministerie van Monumenten en Landschappen in Brussel was er geen geld meer voor de binnenafwerking. Het albasten Mariabeeld met kindje Jezus met een hoogte van ongeveer 20 cm werd gratis gerestaureerd in het Brusselse Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium en alle verflagen werden verwijderd. Griet Ickmans werd de nieuwe bewoonster van de kapel, en zij volgde de gezusters Martha (+1994)en Gusta Clerckx (+2003) op die 29 jaar lang het gebedshuis bewaakten en verzorgden. Limburg telt momenteel slechts twee bewoonde kapellen : deze van Lummen en die van het Hoeseltse Vrijhern, maar ook de kluis van Bolderberg die onlangs gerestaureerd is. De kapel werd plechtig heropend op 29 mei 2003.

Koen Luts 2003



De kapel is elk weekend en alle kerkelijke feestdagen tussen maart en oktober open van 10 tot 19 uur.
Elke zondag om 14.00 wordt er een rozenhoedje gebeden en de eerste zondag van mei is er een openluchtviering.